Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)

Een Niet-aangeboren hersenletsel of NAH is schade aan de hersenen, ontstaan in de loop van het leven, dat tot een onomkeerbare breuk in de levenslijn leidt en tot het aangewezen zijn op hulpverlening.

De belangrijkste oorzaken van een NAH zijn:

  • een hersenschudding of -kneuzing (traumatisch hersenletsel) na bijvoorbeeld een verkeersongeluk, een val of klap op het hoofd,
  • een beroerte of cerebro-vasculair accident (CVA), waaronder een hersenbloeding of een herseninfarct,
  • (chirurgisch verwijderen van) een hersentumor,
  • een herseninfectie (encefalitis) door een virus of een bacterie, en
  • een zuurstoftekort na bijvoorbeeld een hartinfarct of een hartstilstand.
     
    Een NAH kan leiden tot verschillende soorten problemen, zoals:
  • cognitieve problemen (vb. concentratieproblemen, geheugentekorten, taalproblemen, problemen met het plannen en organiseren van huishoudelijke taken, ...),
  • emotionele problemen (vb. verwerking- en aanvaardingsproblemen, depressieve gevoelens, ...), en/of
  • gedragsveranderingen (vb. initiatiefverlies, ontremd gedrag, ...).
  • lichamelijke problemen (vb. hoofdpijn, verhoogde vermoeibaarheid, een uitval van een gezichtsveld, slaapproblemen, ...),
  • motorische problemen (vb. een verlamming of krachtverlies van een lichaamshelft, evenwichts- en coördinatieproblemen, problemen met fijne motoriek, …)

CEPOS richt zich tot personen met NAH die uitvalsverschijnselen vertonen op het vlak van aandacht, geheugen, taal, logisch denken of planning, maar een normaal bewustzijn hebben, en waarbij het hersenletsel binnen de 2 jaar werd verworven en er nog een belangrijke revalidatiemogelijkheid bestaan.

 

Onderzoeken

CEPOS onderzoekt de problemen bij personen met een NAH uitvoerig. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt vervolgens een multidisciplinair revalidatieprogramma uitgestippeld.

De onderzoeken die plaats vinden in de eerste week van de opname  zijn: neuropsychologisch onderzoek (evaluatie van cognitieve functies en emotionele en/of gedragsmatige veranderingen), logopedisch onderzoek (evaluatie van o.a. taal, spraak en communicatie), neuromotorisch onderzoek (evaluatie van motorische functies zoals kracht, coördinatie en evenwicht) en verpleegkundige observaties. Patiënt wordt ook uitgenodigd voor een gesprek bij een arts en de maatschappelijke assistente. Daarnaast kunnen, afhankelijk van individuele problematiek, ook enkele technische onderzoeken (o.a. EEG, slaap-waak onderzoek, …) worden gepland. Bijkomend is er een mogelijkheid om een aantal extra onderzoeken in het AZ Sint-Maarten te Mechelen te laten doorgaan (SPECT hersenen, MRI hersenen, oftalmologisch onderzoek, NKO onderzoek, …).

Voor meer details: zie ‘Wegwijzer CEPOS’ in bijlage.

 

Revalidatie

Een revalidatieperiode duurt minimaal drie maanden. Daarna evalueren we de cognitieve functies opnieuw. De medische, logopedische, motorische, psychologische, …, controleonderzoeken worden hieraan gekoppeld. Vanuit de resultaten formuleren we dan een nieuw behandeladvies.

Het revalidatieprogramma kan bestaan uit:

  • Cognitieve revalidatie
  • Logopedische revalidatie
  • Neuromotorische revalidatie
  • Ergotherapie / ADL-training / huishoudelijke training
  • Psychologische begeleiding
  • Sociaal maatschappelijke begeleiding
  • Verpleegkundige zorgen

Voor meer details over de inhoud van de revalidatie: zie ‘Wegwijzer CEPOS’ in bijlage.

 

Ontslag en nazorg

Wanneer de revalidatie op CEPOS stopt, zoekt het team samen met de patiënt en de familie naar een gepaste maatschappelijke re-integratie. De draad van vroeger heropnemen is immers niet altijd mogelijk.
Indien een persoon met NAH niet onmiddellijk naar huis kan, kan er gedacht worden aan een doorverwijzing naar een gespecialiseerde afdeling voor voortgezette cognitieve revalidatie/resocialisatie. 
Al naargelang de noden van de persoon kan een doorverwijzing naar een ambulante therapeut gebeuren (o.a. logopedist, kinesitherapeut, ergotherapeut en psycholoog).

 

Samenwerking

Enkele belangrijke partners zijn:

 

Epilepsie

Wat is epilepsie?

Epilepsie, in het verleden ook 'vallende ziekte' genoemd, is een vaak voorkomende neurologische aandoening, die veroorzaakt wordt door een tijdelijke stoornis in de elektrische activiteit van de hersenen.

Er bestaat geen éénduidig beeld van epilepsie of van een epileptische aanval. Naargelang de plaats en de omvang van de ontladingen in de hersenen kunnen zich verschillende vormen van aanvallen voordoen.

Vele vormen van epilepsie zijn te wijten aan een hersenletsel, opgelopen tijdens de geboorte of op een later ogenblik in het leven. Epilepsie kan o.a. het gevolg zijn van een verkeersongeval met hoofdtrauma, een besmettelijke aandoening, zuurstofgebrek, een hersentumor of een stoornis van de bloedvaten. Andere oorzaken zijn ontwikkelingsstoornissen tijdens de embryonale of foetale fase. Er bestaan ook syndromen, waarbij epilepsie een symptoom is, naast (vele) anderen. Hoewel er verschillende oorzaken zijn, is het niet steeds mogelijk de juiste vast te stellen.

Wat doet CEPOS?

In ons centrum kunnen volwassenen terecht,

  • bij wie men een vermoeden van epilepsie heeft en bij wie de diagnose moet gesteld worden d.m.v. onderzoeken of
  • die ondanks de gebruikte medicatie nog te veel aanvallen hebben of te veel hinder ondervinden van de bijwerkingen van de medicatie.

Onderzoeken

Om de diagnose epilepsie te kunnen stellen, zijn een aantal onderzoeken vereist.

In eerste instantie zijn dat verschillende neurofysiologische onderzoeken. Deze brengen het functioneren van het zenuwstelsel in kaart.

  • EEG of een elektro-encefalogram
  • SPECT (Single Photon Emission Computed Tomography)
  • MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging)

Patiënten die op CEPOS verblijven, krijgen regelmatige bloedafnames voor het bepalen van de juiste dosering van de medicatie.

Daarnaast is er sprake van intensieve observatie, door bijvoorbeeld de verpleegkundigen, in functie van de diagnosestelling.

Op indicatie kan er een psychologisch onderzoek plaatsvinden. 

Niet alle onderzoeken zijn noodzakelijk. We kijken individueel welke onderzoeken voor iemand belangrijk zijn.

 

Behandeling

Epilepsie is in principe niet te genezen. De aanvallen kunnen tegenwoordig meestal wel met medicijnen onderdrukt worden.

Anti-epileptica stabiliseren de elektrische activiteit van de neuronen die verantwoordelijk zijn voor de epileptische verschijnselen. De zoektocht naar de juiste combinatie én dosering van de anti-epileptica kan soms lang duren.

Patiënten die niet goed op medicatie reageren, kunnen we soms helpen door een nervus vagus stimulator.  Dat is een soort pacemaker die we onderhuids aanbrengen t.h.v. het sleutelbeen, en die door de stimulatie van een hersenzenuw de epileptische activiteiten in de hersenen onderdrukt.

Omdat epilepsie een invloed heeft op verschillende domeinen van het dagdagelijks leven, kunnen sommige patiënten ook baat hebben bij psychologische begeleiding. Verder kan zowel patiënt als familie beroep doen op onze sociale dienst.

 

Ontslag en nazorg

Als voorbereiding op het ontslag besteden we aandacht aan bijvoorbeeld zelfmedicatie en zelfredzaamheid en leggen we eventuele contacten naar woonst en werk. Zo kunnen via de sociale dienst doorverwijzingen naar andere instanties gebeuren.

Soms doen we controleconsultaties op CEPOS. Enkele weken of maanden na de opname nodigen we de patiënt opnieuw uit om het effect van de behandeling op te volgen en te evalueren en eventueel de medicatie aan te passen.

Slaap

Slaapproblemen?

In het slaaplabo van CEPOS kan je terecht voor onderzoek, diagnosestelling en eventueel behandeling van uw slaapprobleem. Na consultatie bij de betrokken arts-neuroloog (en eventueel aansluitend bij de psycholoog/slaaptherapeut), wordt er multidisciplinair beslist over de diagnose en een voorstel tot behandeling geformuleerd.

Wat doet CEPOS?

Onderzoeken

Volgende onderzoeken kunnen voorkomen:

Polysomnografie (PSG)

Wennacht
Tijdens de eerste nacht gebeurt er geen registratie. De patiënt komt wennen aan de omgeving op het slaaplabo. 

Registratienacht
De elektrische hersenactiviteit wordt gemeten met behulp van een 10-tal elektroden, die op de hoofdhuid worden aangebracht.

Een elektrode bestaat uit een klein plaatje, dat door middel van een draad met de opnameapparatuur is verbonden. Als de elektroden bevestigd zijn, worden ze achter aan het hoofd samen gebonden, zodanig dat men er tijdens het slapen geen hinder van ondervindt.

Volgende parameters worden eveneens geregistreerd:

  • neus-, borst- en buikademhaling,
  • hartslag,
  • zuurstof in het bloed,
  • oogbewegingen,
  • spierspanning,
  • mogelijke beenbewegingen.
    De apparatuur is zo ontwikkeld, dat de slaap minimaal beïnvloed wordt.
    Het PSG gebeurt steeds onder videobewaking.

 

M.S.L.T. (Multiple Sleep Latency Test)

Met een MSLT wordt de slaperigheid overdag gemeten. Daarbij wordt aan de patiënt op een vast aantal tijdstippen gevraagd om te slapen terwijl deze aan het EEG-toestel is gekoppeld. Na 20 minuten wordt de patiënt gewekt. Dit gebeurt enkel op indicatie.

 

Vragenlijsten

Alvorens een opname in het slaaplabo, ontvangt patiënt een vragenlijst die peilt naar o.a. slaaphygiëne en klachten overdag. Deze zal later als basis dienen voor het gesprek bij de betrokken psycholoog/slaaptherapeut. Er wordt nagegaan of de slaapstoornis een dieperliggende psychische oorzaak heeft of versterkt/in stand gehouden wordt door belastende emotionele componenten. Verder worden andere factoren, zoals bepaalde persoonlijkheidskenmerken, die mogelijks een risico vormen tot het ontwikkelen van een slaapprobleem verder geëxploreerd.  

 

Behandeling

Wanneer een slaapprobleem multidisciplinair wordt vastgesteld, volgt bij voorkeur een behandeling op maat. Vanwege de uitgebreidheid van het aantal slaapstoornissen, zijn verscheidene behandelingen mogelijk. Verschillende behandelmethoden worden soms in combinatie toegepast.

De behandeling kan bestaan uit:

  • Cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CGT-I), bestaande uit:
    • Psycho-educatie
    • Bedrestrictie en stimuluscontrole
    • Ontspanning
    • Cognitieve therapie
  • Medicamenteuze behandeling voor
    • Acute insomnia
    • Periodic limb movement syndrome (PLMS)
    • Restless legs syndrome (RLS)
  • Lichttherapie: blootstelling aan kunstmatig licht
  • Chronotherapie

 

Intake en opname

Verwijzingen gebeuren meestal via een arts, specialist of de sociale dienst van een ziekenhuis, maar je kan ook op eigen initiatief komen.

Contacteer ons telefonisch op 015/30 45 45 (het algemeen contactnummer). Voor een afspraak rond NAH, bel je best naar 015/30 40 96.

Na een eerste gesprek bekijken we welke onderzoeken er nodig zijn, en/of er een opname volgt.

Wat meebrengen?

  • identiteitskaart.
  • mutualiteitgegevens (-klever).
  • gegevens van de hospitalisatieverzekering.
  • naam, adres en telefoonnummer van de huisarts en de verwijzer.
  • eventueel verslagen, RX-opnames, MRI, medicatielijst.

Polikliniek

Men kan op CEPOS terecht voor ambulante consultaties.

Afspraken kunnen gemaakt worden op het algemene nummer van CEPOS, 015/30 45 45.

Over ons

Werking

CEPOS staat voor: Centrum voor Epilepsie en Psycho-Organische Stoornissen.

CEPOS richt zich tot volwassen met:

  • Slaapproblemen
  • Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)
  • Epilepsie

Team

Psychiater: Dr. Cédric Van Moorsel
Neuroloog: Dr. Henri Hauman
Hoofdverantwoordelijke: Karla Vandevoorde
Psycholoog: Kurt Beeckmans  - Dorota Dmitruk - Chloë Juchtmans
Maatschappelijk werker: Sofie Stevens

Cepos bestaat uit een uitgebreid multidisciplinair team, met o.a. verpleegkundigen, ergotherapeuten, logopedisten, kinesitherapeuten, laboranten, enz. 
Afhankelijk van je hulpvraag, kom je in contact met één of meerdere disciplines.

Actueel

Hier lees je wat er zoal leeft in de NAH-, epilepsie en slaapwereld.

Wanneer we op zoek zijn naar een nieuwe collega kan je dit lezen op de vacaturewebsite van UPC Duffel.